Dutch-NetherlandsEnglish (United Kingdom)
Sobiborinterviews.nl
 

Loeka

In de paar weken dat Alexander “Sasha” Petsjerski in Sobibor was, raakte hij bevriend met een uit Nederland gedeporteerd meisje, dat hij Loeka noemde. Op de dag van de opstand schonk zij hem het overhemd van haar vader, dat hij aantrok en na de oorlog meenam naar Rusland.

In 1952 herinnerde Petsjerski zich dat Loeka tijdens één van hun gesprekken vertelde hoe ze in het kamp de konijnen moest verzorgen, “daar achter die houten schutting. Door de kieren kan ik zien hoe men de naakte mensen naar Lager III jaagt: vrouwen, mannen en kinderen. Als ik dat zie begin ik als in ijlkoorts te beven maar kan mijn ogen niet afwenden. Ik ben machteloos en sta te beven; ik zou willen schreeuwen, ze waarschuwen dat ze zullen worden vermoord. Maar dat zou niet baten, dat zou de zaak nog erger maken. Zij weten niet wat hun te wachten staat; ze gaan kalm, zonder tranen of geschreeuw, zonder zich voor hun beulen te vernederen. Maar het is zo ontzettend Sasha, zo ontzettend”.

Negen jaar na de opstand stond het Petsjerski nog helder voor de geest hoe Loeka hem had toevertrouwd dat haar vader communist was en zich moest schuil houden: “Mijn moeder werd mishandeld, ze wilden dat zij de schuilplaats van mijn vader zou aanwijzen. Ik werd ook bedreigd als ik niet zou zeggen waar mijn vader was. Ik weende maar wist dat ik over mijn vader en de mensen die met hem samenwerkten geen woord mocht reppen”. Uiteindelijk vluchtte het gezin uit Duitsland en vestigde zich in Nederland. In de chaos tijdens de opstand verloor Petsjerski Loeka uit het oog. Hij heeft haar nooit meer gezien. Ondanks hun vertrouwelijke gesprekken is Petsjerski nooit haar echte naam te weten gekomen.

het meisje bij de konijnenhokken
Dankzij twee bewaard gebleven briefkaarten is de Nederlandse overlevende Jules Schelvis op het spoor gekomen van de werkelijke identiteit van Loeka. Hij ontdekte de briefkaarten in 1966 bij het gerechtshof van Dortmund waar toen het derde Sobibor-proces plaatsvond.

De eerste briefkaart is gedateerd eind juni 1943 en bevat de volgende tekst:

Meine Lieben!
Trude sowie ich schreiben hier aus einem Arbeitslager und hoffen wir, dass es Euch lb. Eltern etc. gesundheitlich etc. genau so geht wie uns. Wir arbeiten hier, doch macht euch keine Sorgen. Essen & Behandlung ist sehr gut und korrekt. Selbst Sport betreiben wir. Hoffentlich empfangen wir bald Post von Euch. Was soll ich weiter schreiben. Ihr wisst von alles Belangreiche & verbleiben wir mit vielen herzl. Grüssen & Küssen
Euer Walter

De tweede briefkaart is twee maanden later, in augustus, geschreven:

Lieber Vater!
Hoffentlich hast d[…]
vorigen Bericht empfangen[…]
wollen wünchen, dass[…]      
heutigen Zeit Dich[…]
erreichen. Es geht uns[…]
zufriedenstellend[…]
dasselbe. Ich arbeite[…]
Wochen auf einem[…]
[…]Kaninchen ver[…]
ist interessant[…]
habe die Tiere gerne & verrichte
ich die Arbeit mit liebe. Walter
ist Vorarbeiter von einem
Waldarbeiterkkommando & sind
wir jeden Mittag & Abend
zusammen. Ich & wir hoffen,
von Euch bald zu Hören
Trude & Walter

Uit de ondertekening en adressering blijkt dat de levenstekens geschreven zijn door Gertrud Schönborn en haar man Walter Michel Poppert. Hoewel de rechterbovenhoek van de tweede kaart ontbreekt, is er wel belangrijke informatie aan te ontlenen. Door de opmerking over het verzorgen van de konijnen is vast te stellen dat Gertrud Poppert-Schönborn dezelfde vrouw is als Loeka. Petsjerski herinnerde zich immers dat Loeka bij de konijnenhokken werkte.

Gertrud Schönborn werd op 29 juni 1914 in Dortmund geboren als dochter van de Duitse koopman Anton Schönborn (Keulen 9 april 1875 - Dortmund 17 december 1944) en Selma Rosenbaum (Warburg 23 december 1882 - Berlijn 1 oktober 1944). Het gezin woonde in Dortmund aan de Otto Schrammestrasse 1.

Gertrud had een zus, Hilde (Dortmund 19 mei 1910) die op 10 februari 1940 in haar geboorteplaats in het huwelijk trad met Erich Fränkel (Dortmund 3 februari 1913). Beiden overleefden de oorlog. Het is deze zus die de beide briefkaarten ter beschikking stelde aan het gerechtshof in Dortmund.

In de jaren dertig emigreerde Gertrud met haar ouders naar Nederland waar het gezin zich vestigde aan de Utrechtsedwarsstraat 113-I in Amsterdam. In de hoofdstad trad zij op 22 december 1938 in het huwelijk met de confectiemaker Walter Michel (Dortmund 26 maart 1914). Op 28 november 1942 werd zij met haar man naar Westerbork gebracht waar zij op 18 mei 1943 op transport naar Sobibor gingen. Waarschijnlijk is het echtpaar tijdens of na de opstand omgekomen.

 

bronnen:

 

 
















 

Terug naar "Slachtoffers"

Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mailadres