Selecteer de taal

Sobiborinterviews.nl
 

Kaatje Wurms

Kaatje Wurms werd geboren op 19 augustus 1927 in Amsterdam. Ze woonde in de Weesperstraat op nummer 36, samen met haar zusje Veronica (Femma) en haar moeder Rachel Buijtekant-Wurms. Op de plek waar haar huis stond, staat nu het Nationaal Holocaust Namenmonument. Kaatjes ouders waren al voor oorlog gescheiden. Haar vader Simon Wurms woonde vrij dichtbij, in de Swammerdamstraat in Amsterdam, op ongeveer vijftien minuten lopen van het huis waar ze met haar zusje en moeder woonde. Kaatje en haar zus waren graag bij hun vader, omdat hij een erg grappige en aardige man was. Haar vader hertrouwde en kreeg nog meer kinderen.

Kaatjes school, de J.C. Ammanschool, was gevestigd aan het Hortusplantsoen 2 in Amsterdam. Dit was een school voor dove kinderen. Ze zat op deze school van 2 september 1929 tot 22 juni 1942, toen haar moeder haar van school haalde om als naaister te gaan werken in een atelier aan de Badlaan 24 in Amsterdam. Hier maakte ze inktlappen waarmee ze vijf gulden per week verdiende.

Klassenfoto
De klas van meester A. de Vos in juli 1941: helemaal links staat Kaatje. (bron: Dovenshoah.nl)

In maart 1943 werden Kaatje, haar moeder en zusje gearresteerd en vanuit Amsterdam gedeporteerd naar Westerbork. Ze kwamen op 27 maart aan in Westerbork en zijn daar gebleven tot 30 maart. Op die dag werden ze naar Sobibor gedeporteerd. Kaatje, haar zusje en moeder kwamen op 2 april in Sobibor aan. Ze werden diezelfde dag vermoord.

Haar vader, Simon Wurms, overleefde de oorlog ook niet. Hij werd op straat gearresteerd met zijn tweede vrouw, Hanna Voorzanger, en zijn twaalfjarige zoon Wolf. Simon werd op 31 maart 1944 in Auschwitz vermoord.

Corrie, een schoolvriendin van Kaatje van de J.C. Ammanschool, beschreef Kaatje als een vrolijk meisje dat nergens bang voor was. Een paar weken voor haar deportatie schreef Kaatje een versje in het poëziealbum van Corrie:

Poëzie-album

Het poëziealbum van Corrie. (bron: Dovenshoah.nl)

Lieve Corrie,

Aan de oever van een beekje
Groeide eens drie bloempjes klein.
Het eerste was een roosje, maar
Dat moest het niet zijn
Het tweede was een viooltje, ook
Dat was het niet.
Het derde moest het wezen, het
Was een vergeet-mij-niet.

 

tekst: Isa Reinders, maakster van een documentaire over Kaatje Wurms

Terug naar "Slachtoffers"