Selecteer de taal

Sobiborinterviews.nl
 

Overlevenden van de opstand

Het aantal overlevenden van Sobibor is niet exact bekend. Algemeen wordt aangenomen dat het er minder dan vijftig zijn. Jules Schelvis komt in zijn boek Vernietigingskamp Sobibor tot 47, waaronder vijf mannen die op 27 juli 1943 uit het Waldkommando ontsnapten. De overige 42 zijn overlevenden van de opstand van 14 oktober 1943.

 

ALSTER, Schlomo (1 december 1908 Chelm, Polen)
In november 1942 werd Schlomo Alster vanuit Chelm naar Sobibor getransporteerd. Hij was één van de oudere getrouwde mannen in het kamp en moest als timmerman barakken bouwen. Ook werkte hij in het Bahnhofkommando. In 1946 emigreerde hij naar Israel waar hij zich vestigde in Rehovot.

Ga naar het interview met Schlomo Alster

Schlomo Alster

Schlomo Alster (privécollectie Jules Schelvis)

BACHIR, Moshe (19 juli 1927 Plock, Polen)
Met één van de eerste transporten kwam Moshe Bachir op 24 mei 1942 aan in Sobibor. Met vijftig anderen werd hij geselecteerd voor arbeid in het kamp. De eerste drie maanden werkte hij bij het Bahnhofkommando, vervolgens werd hij in het levensmiddelenmagazijn tewerkgesteld en later was hij barbier. Na de oorlog emigreerde hij naar Israel en trad hij op als getuige in het Eichmann-proces.
Moshe Bachir

Moshe Bachir (privécollectie Jules Schelvis)

BARDACH, Antonius (16 mei 1909 Lemberg, Polen)
Met het 53e transport uit Drancy kwam Antonius Bardach aan in Sobibor. Van de duizend gedeporteerden waren hij en Josef Duniec de enige overlevenden. Na de oorlog emigreerde hij naar België.
 

BIALOWITZ, Fiszel (25 november 1929 Izbica, Polen; † 6 augustus 2016 Delray Beach, Florida)
Als dertienjarig jongetje behoorde Fiszel Bialowitz tot de achthonderd joden die in januari 1943 per vrachtwagen van Izbica naar Sobibor werden gedeporteerd. Met 45 anderen werd hij geselecteerd voor arbeid in het kamp. Hij kwam in het levensmiddelenmagazijn en de sorteerbarakken terecht waar hij in de kleding van de slachtoffers moest zoeken naar verborgen geld en juwelen. Later moest hij het haar knippen van de vrouwen voordat zij naar de gaskamers gingen en kwam hij bij het Bahnhofkommando te werken. Na de oorlog emigreerde hij naar de Verenigde Staten, waar hij zijn naam veranderde in Philip.

Bekijk de getuigenis van Philip Bialowitz bij Yad Vashem

Bekijk een interview met Philip Bialowitz op de website "Late gevolgen van Sobibor"

Bekijk ook de persoonlijke website van Philip Bialowitz

Bekijk ook de overlijdensadvertentie van Philip Bialowitz

Philip Bialowitz

Philip Bialowitz (privécollectie Jules Schelvis)

BIALOWITZ, Symcha (6 december 1912 Izbica, Polen)
(ook geschreven als: Simha, Symcha, Simkha)
Drie maanden na zijn broer Philip, op 28 april 1943, kwam Symcha Bialowitz aan in Sobibor. Na de oorlog emigreerde hij naar Israel

Bekijk een interview met Symcha Bialowitz op de website "Late gevolgen van Sobibor"

Simcha Bialowitz

Simcha Bialowitz (privécollectie Jules Schelvis)

BISKUBICZ, Jakob (17 maart 1926 Hrubieszów, Polen; † maart 2002 Ramat Gan, Israel)
Uit het transport van tweeduizend mensen waarmee Jakob Biskubicz met zijn ouders en familie in juni 1942 in Sobibor aankwam, werden tachtig mensen uitgezocht om in andere kampen te werken. 32 anderen konden in Sobibor blijven werken; twintig van hen in Lager III waar de lijken werden verbrand. Jakob Biskubicz moest achtergelaten kleding en documenten verbranden. Later werd hij timmerman en bracht hij negen maanden door bij het Bahnhofkommando. SS'er Wagner gaf hem de opdracht om de as van de slachtoffers uit te strooien over de groentetuin van het kamp. Na de opstand sloot hij zich aan bij de partizanen en later nam hij dienst in het Poolse leger. In 1949 emigreerde hij naar Israel.
Jakob Biskubicz

Jakob Biskubicz (Ghetto Fighter's House)

BLATT, Thomas (Toivi) (15 april 1927 Izbica, Polen; † 31 oktober 2015 Santa Barbara, Californië)
Met driehonderd andere joden uit Izbica werd Thomas Blatt op 23 april 1943 per vrachtwagen naar Sobibor getransporteerd. Hij was één van de veertig jonge mannen die werden geselecteerd voor werk in het kamp. Hij moest de laarzen van SS'er Frenzel poetsen en de omheining van het kamp verstevigen. Ook moest hij de kleding en persoonlijke bezittingen van de slachtoffers sorteren en verbranden. Na de oorlog nam hij tijdelijk de naam Stankiewicz aan en emigreerde hij naar de Verenigde Staten.

Ga naar het interview met Thomas Blatt

Thomas Blatt

Thomas Blatt (privécollectie Jules Schelvis)

CUCKIERMAN, Hershel (15 april 1893 Kurów, Polen)
Het transport waarmee Hershel Cuckierman in mei 1942 met zijn vrouw en familie vanuit Nalenczow aankwam in Sobibor telde 2.500 mensen. Hoewel hij tuinier was, meldde hij zich met zijn zoontje Josef aan toen de Duitsers vroegen om een kok. Tot aan de opstand werkte hij in de keuken van Lager I. Vanwege zijn goede geheugen kon hij na de oorlog veel SS'ers identificeren aan de hand van foto's. Begin jaren vijftig emigreerde hij naar de Verenigde Staten.
Herschel Cuckierman

Herschel Cuckierman (privécollectie Jules Schelvis)

CUCKIERMAN, Josef (26 mei 1930 Kúrow, Polen; † 15 juni 1963)
Dankzij de tegenwoordigheid van geest van zijn vader Hershel werd Josef Cuckierman als twaalfjarig jongetje aangesteld als hulpje van de kok. Hij kwam ook in de SS-kantine te werken en moest de laarzen van SS'ers poetsen. Na de oorlog vestigde hij zich eerst in Stuttgart en later in Karlsruhe.
Josef Cuckierman

Josef Cuckierman (privécollectie Jules Schelvis)

DUNIEC, Josef (21 december 1912 Równo, Polen; † 1 december 1965 Haifa, Israel)
In 1932 was Josef Duniec naar Frankrijk geëmigreerd om scheikunde te studeren. Vanuit het doorgangskamp Drancy ging hij op 25 maart 1943 op transport naar Majdanek. Omdat de duizend mensen hier niet terecht konden reed de trein door naar Sobibor. Hij behoorde tot de 31 die voor werk in het kamp werden geselecteerd. Na de oorlog vestigde hij zich in Israel. Een dag voordat hij moest getuigen in het Sobibor-proces van 1965 overleed hij.
Josef Duniec

Josef Duniec (privécollectie Jules Schelvis)

ENGEL, Chaim (10 januari 1916 Brudzew, Polen; † 4 juli 2003 New Haven, Verenigde Staten)
Samen met zijn broer kwam Chaim Engel op 6 november 1942 aan in Sobibor. Uit het transport van tweeduizend joden werd hij met 27 anderen geselecteerd voor werk in het kamp. Hij sorteerde kleding, werkte in het Bahnhofkommando, moest het haar van vrouwen afknippen en was Kapo van de vrouwenbarakken. Tijdens de opstand doodde hij met Kapo Pozycki de SS'er Beckmann. Samen met zijn vriendin Selma Wijnberg werd hij op 23 juni 1944 in de buurt van Chelm bevrijd door het Rode Leger. Via Odessa en Marseille bereikten zij bevrijd Nederland. Omdat hij geen Nederlands staatsburger was moest hij enige tijd in Amsterdam onderduiken, waarna het echtpaar via Israël naar de Verenigde Staten trok.

Lees meer over Chaim Engel

Chaim Engel

Chaim Engel (privécollectie Jules Schelvis)

FELDHENDLER, Leon (1910 Zolkiewka, Polen; † 6 april 1945 Lublin, Polen)
Als zoon van een rabbijn werd Leon Feldhendler begin 1943 naar Sobibor getransporteerd. Hij kwam te werken in het levensmiddelenmagazijn en moest soms helpen bij het Bahnhofkommando. Samen met Alexander Petsjerski was hij de organisator en leider van de opstand van 14 oktober 1943. Na de bevrijding van Lublin deelde hij daar een woning aan de Kowalskistraat 4 met twee mede-overlevenden, Chaskiel Menche en Meier Ziss. Een vierde huisgenoot, Moshe Blank, had tijdens de oorlog op dat adres ondergedoken gezeten. Op 3 april 1945 raakte hij bij een handgemeen zwaar gewond en stierf drie dagen later in het ziekenhuis.
Leon Feldhendler

Leon Feldhendler (privécollectie Jules Schelvis)

FISCHER, Eda (1 januari 1915 Jaroslaw, Polen)
Halverwege juni 1943 kwam Eda Fischer aan in Sobibor. Ze werkte in de wasserij, zowel in Lager I als in Lager II. Voor de jonge meisjes die moesten breien en strijken was ze een soort moederfiguur. Zij trad op als getuige bij het proces tegen Eichmann. In 1950 emigreerde zij met Jitschak Lichtman naar Israel, waar zij later trouwden.
Eda Fischer

Eda Fischer (Ghetto Fighters' House)

FREIBERG, Berek (15 mei 1927 Warschau, Polen)
Met een transport van duizend joden uit Krasnistaw kwam Berek Freiberg op 15 mei 1942 aan in Sobibor. Hij moest putten graven waarin afval werd verbrand. Later poetste hij de laarzen van de Oekraïense bewakers en moest hij het haar afknippen van de vrouwen voordat zij naar de gaskamer gingen.
Berek Freiberg

Berek Freiberg (Ghetto Fighter's House)

GERSTENBERG, Herman (8 oktober 1909 Lubomel, Polen; † juni 1987 New York, Verenigde Staten)
Volgens eigen zeggen kwam Herman Gerstenberg op 14 maart 1943 vanuit Chelm aan in Sobibor. In het kamp werkte hij als timmerman. Na de oorlog veranderde hij zijn naam in Posner en emigreerde hij naar de Verenigde Staten.
 
GOLDFARB, Moshe (15 maart 1920 Piaski, Polen; † 8 juni 1984 Haifa, Israel)
Met hetzelfde transport als Kurt Thomas kwam Moshe Goldfarb op 6 november 1942 aan in Sobibor. Als letterschilder voorzag hij de koffers van SS'ers die op verlof gingen van hun naam en adres. Dankzij zo'n label wist Kurt Thomas na de oorlog de SS'er Frenzel op te sporen. Na de opstand sloot Moshe Goldfarb zich aan bij dezelfde partizanengroep als Jehuda Lerner.
Moshe Goldfarb

Moshe Goldfarb (privécollectie Jules Schelvis)

HERSZMAN, Josef (1925 Zolkiewka, Polen)
Vanuit Chelm kwam Josef Herszman met één van de eerste transporten naar Sobibor. Hij werkte in de sorteerbarakken, het Bahnhofkommando en het Waldkommando. Na de oorlog emigreerde hij naar Israel.
Josef Herszman

Josef Herszman (Ghetto Fighters' House)

HONIGMAN, Zyndel (10 april 1910 Kiev, Sovjet-Unie; † juli 1982)
In november 1942 kwam Zyndel Honigman vanuit Gorzków aan in Sobibor. Twee dagen later kroop hij onder het prikkeldraad en wist te ontkomen. In april 1943 werd hij opnieuw naar Sobibor gebracht, ditmaal via Trawniki. Hij gaf zich uit voor slager en werd in de keuken tewerkgesteld. Voor de tweede maal ontsnapte hij, nu als één van de vijf leden van het Waldkommando die op 27 juli 1943 ontkwamen. Na de oorlog emigreerde hij naar de Verenigde Staten.
Zyndel Honigman

Zyndel Honigman (privécollectie Jules Schelvis)

KOHN, Abram (25 juli 1910 Lódz, Polen; † 19 januari 1986 Melbourne, Australië)
Het transport waarmee Abram Kohn in mei 1942 in Sobibor aankwam, bestond uit enkele honderden joden uit Wisocka. Met zijn broer behoorde hij tot de tachtig mannen die voor werk in het kamp werden geselecteerd. Achtereenvolgens werkte hij in de sorteerbarakken, de keuken en het Waldkommando. Na de oorlog emigreerde hij naar Australië. Hij weigerde te getuigen in het proces van 1983 tegen Frenzel omdat hij nooit een genoegdoening had ontvangen.
Abram Kohn

Abram Kohn (privécollectie Jules Schelvis)

KOPP, Josef (Bilgoraj, Polen)
Als één van de eersten kwam Josef Kopp aan in Sobibor. Toen hij op 27 juli 1943 water moest halen voor de leden van het Waldkommando, doodde hij samen met  Schlomo Podchlebnik een Oekraïense bewaker waardoor zij konden ontsnappen. Hij overleefde de oorlog maar werd na de bevrijding vermoord.
 
KORENFELD, Chaim (15 mei 1923 Izbica, Polen)
Met het zelfde transport als Thomas Blatt kwam Chaim Korenfeld op 28 april 1943 aan in Sobibor. Volgens verklaringen van Zyndel Honigman en Abraham Wang vluchtten zij op 27 juli 1943 gedrieën uit het Waldkommando. Zelf beweert hij echter tot aan de opstand in het kamp te zijn geweest. In 1949 emigreerde hij vanuit Italë naar Brazilië.

Chaim Korenfeld (betemunah.org)

LEIST, Chaim (Zólkiewka, Polen; † oktober 2005 Israel)
Op 23 april 1943 kwam Chaim Leist (of Lajst) aan in Sobibor. Na de oorlog emigreerde hij naar Brazilië. Eind jaren zestig vertrok hij naar Israel waar hij in oktober 2005 overleed. Hij was toen 92 of 94 jaar oud. Zijn graf bevindt zich in Holon, vlak bij Tel Aviv, waar hij de laatste twintig jaar van zijn leven doorbracht.
Chaim Leist

Chaim Leist (privécollectie Jules Schelvis)

LERER, Samuel (1 oktober 1922 Zólkiewka, Polen)
In mei 1942 werd Samuel Lerer naar Sobibor getransporteerd. Hij moest zorgen voor de paarden, kippen en eenden. In 1949 herkende hij met Esther Raab de SS'er Bauer in Berlijn wat tot diens arrestatie leidde. Na enige jaren in Berlijn gewoond te hebben, emigreerde Lerer naar de Verenigde Staten waar hij in Brooklyn taxichauffeur werd.

Ga naar het interview met Samuel Lerer

Samuel Lerer(privécollectie Jules Schelvis)

Samuel Lerer (privécollectie Jules Schelvis)

LERNER, Jehuda (22 juli 1926 Warschau, Polen)
In de zomer van 1942 werd Jehuda Lerner, die zich ook wel Leon noemde, opgepakt en naar een kamp in de buurt van Smolensk gebracht. Drie maanden werkte hij voor de Organisation Todt bij de aanleg van een vliegveld. Hij ontsnapte in september 1942 maar werd opgepakt en naar Minsk gestuurd. Vandaar werd hij in september 1943 via Lublin naar Sobibor overgebracht. Samen met Arkady Wajspapir doodde hij tijdens de opstand de SS'er Graetschus en de Oekraïense bewaker Klatt. Hij sloot zich met Moshe Goldfarb aan bij de partizanen. In januari 1945 werd hij ondercommandant van de politie in Radom. Met zijn vrouw Manja vertrok hij naar Bayreuth en in 1949 emigreerde hij naar Israel. Vanaf 1951 werkte hij bij de politie in Haifa.

lees meer over zijn aandeel in de opstand

Jehuda Lerner

Jehuda Lerner (privécollectie Jules Schelvis)

LICHTMAN, Jitschak (10 december 1908 Zólkiewka, Polen)
In een transport van tweeduizend joden kwam Jitschak Lichtman met zijn broers en gezin op 15 mei 1942 aan in Sobibor. Tot de opstand werkte hij in Lager I als schoenmaker. Op 15 december 1943 sloot hij zich aan bij de Zukow-partizanen en in juni 1944 nam hij dienst bij het Poolse leger. Met Eda Fischer emigreerde hij in 1950 naar Israel, waar zij later trouwden.
Jitschak Lichtmann

Jitschak Lichtmann (Ghetto Fighters' House)

LITWINOWSKI, Yefim
Als één van de Sovjet krijgsgevangenen kwam Yefim Litwinowsky op 22 september 1943 aan in Sobibor. Na de opstand sloot hij zich weer aan bij het Sovjet-leger.
Yefim Litwinowski

Yefim Litwinowski (privécollectie Jules Schelvis)

MARGULIES, Abraham (25 januari 1921 Zyrardów, Polen; † 1984 Israel)
Al in 1940 was Abraham Margulies tewerkgesteld in een werkkamp in de buurt van Belzec, waar hij verdedigingswerken bij de Russische demarcatielijn moest aanleggen. Eind mei 1942 kwam hij aan in Sobibor met een transport van tweeduizend mensen uit Zamosc. Hij was één van de vijftig mannen die werd geselecteerd voor werk in het kamp en zat lange tijd in het Bahnhofkommando. Ook werkte hij in de keuken en de sorteerbarakken. Hij sloot vriendschap met Hella Weiss en met elkaar trokken zij op tijdens en na de opstand. Na de oorlog emigreerde hij naar Israel waar hij drukker werd.
Abraham Margulies

Abraham Margulies (privécollectie Jules Schelvis)

MENCHE, Chaskiel (7 januari 1910 Kolo, Polen; † 1984 Melbourne, Australië)
In 1937 trouwde Chaskiel Menche met Hella Podchlebnik, de zus van de uit het Waldkommando ontsnapte Schlomo. Met tweeduizend anderen werd hij in juni 1942 via de getto's Izbica en Lublin naar Sobibor getransporteerd. Hij werkte in de sorteerderij en kleermakerij. Na de oorlog meende hij de enige overlevende van Sobibor te zijn en om zijn compensatieclaim te ondersteunen wendde hij voor dat hij in Gross-Rosen gevangen had gezeten. In april 1949 emigreerde hij vanuit Duitsland naar Australië.

Ga naar het interview met Chaskiel Menche

Chaskiel Menche

Chaskiel Menche (privécollectie Jules Schelvis)

METZ, Zelda (geboren Kelberman) (1 mei 1925 Siedliszcze, Polen; † 1980 Verenigde Staten)
Samen met Esther Raab en haar nicht Regina Zielinsky kwam Zelda Metz op 20 december 1942 per paard-en-wagen aan in Sobibor. Ze moest sokken breien voor de soldaten en werkte in de wasserij en strijkerij. In de zomer van 1943 bouwde ze aan het nieuwe Lager IV. Na de opstand deed ze zich voor als het katholieke meisje Jenine en werkte als kindermeisje in Lemberg. In 1946 emigreerde ze naar de Verenigde Staten.
Zelda Metz

Zelda Metz (Ghetto Fighters' House)

PETSJERSKI, Alexander Aronowitz (22 februari 1909 Krementsjoeg, Oekraïne; † januari 1990 Rostov, Sovjet-Unie)
(ook geschreven als: Alexander (Sacha) Pechersky, Alexander (Sasha) Petsjerski, Pečerskij)
Als luitenant in het Rode Leger werd Alexander Petsjerski in oktober 1941 krijgsgevangen gemaakt. Nadat zijn joodse afkomst ontdekt was, werd hij op 22 september 1943 met andere krijgsgevangenen en tweeduizend joden uit Minsk naar Sobibor getransporteerd. Na 22 dagen had hij met Leon Feldhendler de opstand beraamd en uitgevoerd. Hij sloot zich aan bij een groep partizanen die later werden opgenomen in het Rode Leger. Na de oorlog kreeg hij een gevangenisstraf van enkele maanden omdat zijn gedwongen arbeid voor de Duitsers in de ogen van de Sovjet-autoriteiten gelijk stond aan verraad.

Ga naar het interview met Alexander Petsjerski

Alexander Petsjerski

Alexander Petsjerski (privécollectie Jules Schelvis)

PODCHLEBNIK, Schlomo (15 februari 1907 Kolo, Polen; † februari 1973 New Yersey, Verenigde Staten)
Het transport uit Izbica waarmee Schlomo Podchlebnik op 28 april 1943 in Sobibor aankwam, telde 270 personen. Hij was vergezeld van zijn vrouw en twee kinderen; in het kamp ontdekte hij zijn zwager Chaskiel Menche. Omdat hij putten moest graven kwam hij veelvuldig buiten de omheining van het kamp. Samen met Josef Kopp doodde hij op 27 juli 1943 een Oekraïense bewaker waardoor zij uit het Waldkommando konden ontsnappen. Na de oorlog emigreerde hij naar de Verenigde Staten en nam de naam Paull aan.
Schlomo Podchlebnik

Schlomo Podchlebnik (privécollectie Jules Schelvis)

RAAB, Esther (geboren Terner) (11 juni Chelm, Polen; † 13 april 2015 Vineland, New Jersey)
Vanuit werkkamp Staw kwam Esther Raab op 20 december 1942 aan in Sobibor. Ze werkte een paar maanden als breister en werd daarna overgeplaatst naar de sorteerbarak. Samen met Samuel Lerer herkende zij in Berlijn de SS'er Bauer hetgeen tot zijn arrestatie leidde. Na de oorlog emigreerde ze naar de Verenigde Staten.

Ga naar het interview met Esther Raab

Esther Raab

Esther Raab (privécollectie Jules Schelvis)

ROSENFELD, Semjon (1 oktober 1922 Ternivka, Oekraïne; † 3 juni 2019 Tel Aviv)
(ook geschreven als: Semion Rosenfeld, Semyon Rozenfeld, Simjon Rosenfeld)
Als één van de Sovjet-krijgsgevangenen kwam Semjon Rosenfeld op 22 september 1943 aan in Sobibor. Zonder te weten wat het betekende meldde hij zich aan als "glausermasser". Het bleek dat hij stenen moest sjouwen. Na de opstand sloot hij zich aan bij het Sovjet-leger. In Berlijn schreef hij op een muur in de Reichstag: "Baranowitz-Sobibor-Berlijn". Halverwege de jaren tachtig emigreerde hij naar Israel.

Bekijk een interview met Semjon Rosenfeld op de website "Late gevolgen van Sobibor"

Semjon Rosenfeld

Semjon Rosenfeld (privécollectie Jules Schelvis)

ROTENBERG, Ajzik (1925 Wlodawa, Polen)
Als één van de laatsten uit zijn gemeenschap kwam Ajzik Rotenberg op 12 mei 1943 te voet aan in Sobibor. Samen met zijn broer werd hij geselecteerd voor werk in het kamp. Hij moest de kleren van de slachtoffers in bundels bijeen binden. Bij tijd en wijle werkte hij als metselaar. Zijn broer overleefde de opstand niet. Na de oorlog emigreerde hij naar Israel.
Ajzik Rotenberg

Ajzik Rotenberg (privécollectie Jules Schelvis)

SZMAJZNER, Stanislaw (13 maart 1927 Pulawny, Polen; † 3 maart 1989 Goiania, Brazilië)
Met een transport van tweeduizend joden uit Opole kwam Stanislaw Szmajzner op 12 mei 1942 aan in Sobibor. Als goudsmit maakte hij gouden en zilveren sieraden voor de SS'ers. Later werd hij voorman van de onderhoudsmonteurs. Hij behoorde tot het organiserende comité van de opstand. In 1947 emigreerde hij naar Brazilië waar hij in 1978 de SS'er Wagner herkende op het politiebureau van Sao Paulo.

Ga naar het interview met Stanislaw Szmajzner

Stanislaw Szmajzner

Stanislaw Szmajzner (privécollectie Jules Schelvis)

STERN, Ursula (28 augustus 1926 Hessen, Duitsland; † Ashdod, Israel)
Met hetzelfde transport uit Westerbork als Selma Wijnberg kwam Ursula Stern op 9 april 1943 aan in Sobibor. Ze werkte in de sorteerbarak, in het Waldkommando en moest munitie schoonmaken in Lager IV. Na de opstand sloot ze zich aan bij de partizanen en werd in 1945 commissaris van een burgermilitie in Lublin. Ze trad in 1964 op als getuige tijdens het proces in Hagen. Na lange tijd in Nederland gewoond te hebben, emigreerde ze naar Israel, waar zij als Ilona Safran overleed.
Ursula Stern

Ursula Stern (Ghetto Fighter's House)

TABORINSKY, Boris (1917 Minsk, Sovjet-Unie)
Op 22 september 1943 kwam Boris Taborinsky met het transport van de Sovjet-krijgsgevangenen en tweeduizend joden uit Minsk aan in Sobibor. Hij werd voor werk in het kamp geselecteerd omdat hij de Duitsers wijs maakte dat hij timmerman was. Hij werd aangewezen om dakbedekking voor de barakken maken.
 

THOMAS, Kurt (11 april 1914 Brno, Moravië; † 8 juni 2009 Ohio, Verenigde Staten)
Via de gettos Theresiënstadt en Piaski en het kamp Trawniki kwam Kurt Ticho (pas later noemde hij zich Kurt Thomas) op 6 november 1942 aan in Sobibor. Na enige tijd in de sorteerbarak gewerkt te hebben werd hij Sanitäter. In het kamp raakte hij bevriend met het Nederlandse meisje Mini Cats. Na de oorlog emigreerde hij naar de Verenigde Staten en initieerde de processen in Frankfurt tegen de SS'ers Gomerski en Klier.

Ga naar het interview met Kurt Thomas
lees meer over zijn deportatie

Kurt Thomas

Kurt Thomas (privécollectie Jules Schelvis)

TRAGER, Chaim (5 maart 1906 Chelm, Polen; † 1 augustus 1969 Tel Aviv, Israel)
In maart 1943 werd Chaim Trager vanuit Chelm naar Sobibor getransporteerd. Hij was metselaar en kon de taferelen bij de gaskamers in Lager III zien vanaf het dak van een barak waar hij werkte aan een schoorsteen. Enige tijd werkte hij ook in het Bahnhofkommando. Na de oorlog emigreerde hij naar Israel.
Chaim Trager

Chaim Trager (Ghetto Fighter's House)

WAIZEN, Aleksej (30 mei 1922 Grigoriw, Sovjet-Unie; † januari 2015)
(ook geschreven als: Alexsy Wajcen, Aleksej Waitsen)
Met een transport van 2.500 joden uit Ternopol kwam Aleksej Waizen in de herfst van 1943 aan in Sobibor. Hij behoorde tot de dertig mannen die werden geselecteerd voor werk in het kamp. Hij moest voornamelijk de kleding van slachtoffers sorteren.

Bekijk een interview met Aleksej Waizen op de website "Late gevolgen van Sobibor"

Aleksej Waizen

Aleksej Waizen (privécollectie Jules Schelvis)

WAJSPAPIR, Arkady (1921)
(ook geschreven als: Arkadii Weisspapier)
Zwaargewond belandde Arkady Wajspapir als soldaat van het Rode Leger in een veldlazaret bij Kiev. Toen zijn joodse afkomst ontdekt werd, werd hij naar een concentratiekamp in Minsk gebracht. Op 22 september 1943 kwam hij aan in Sobibor waar hij met andere Sovjet-krijgsgevangenen barakken moest bouwen in Lager IV. Tijdens de opstand doodde hij met Jehuda Lerner de SS'er Graetschus en de Oekraïense bewaker Klatt. Met negen anderen stak hij de rivier Boeg over en sloot zich aan bij de partizanen.

Ga naar het interview met Arkady Wajspapir

Arkady Wajspapir

Arkady Wajspapir (privécollectie Jules Schelvis)

WANG, Abraham (2 januari 1921 Izbica, Polen; † 1978 Rehovot, Israel)
Op 23 april werd Abraham Wang met 280 joden uit Izibica in een vrachtauto naar Sobibor gebracht. Hij behoorde tot de veertig mannen die werden geselecteerd voor werk in het kamp. Hij moest de kleding van slachtoffers sorteren. Ook werkte hij in het Waldkommando vanwaar hij op 27 juli 1943 met vier anderen wist te ontsnappen.
Abraham Wang

Abraham Wang (privécollectie Jules Schelvis)

WEISS, Hella (geboren Felenbaum) (25 november 1925 Lublin, Polen; † december 1988 Gedera, Israel)
Met een paard-en-wagen werd Hella Weiss op 20 december 1942 vanuit het werkkamp Staw naar Sobibor gebracht. Ze werkte in de sorteerbarak en moest in de tuin de bloemen voor de SS'ers verzorgen. Na de opstand vocht ze met de partizanen en in het Rode Leger. Voor haar verdiensten ontving ze zeven onderscheidingen, waaronder de Rode Ster. Na de oorlog vestigde ze zich in Israel waar ze drie kinderen kreeg, zoals ze eind jaren zestig vertelde.

Ga naar het interview met Hella Weiss

Hella Weiss

Hella Weiss (privécollectie Jules Schelvis)

WEWERIK, Kalmen (25 juni 1906 Chelm, Polen)
Met hetzelfde transport als Schlomo Alster kwam Kalmen Wewerik in de herfst van 1942 aan in Sobibor, waar hij als timmerman tewerk werd gesteld. Zijn vrouw en twee kinderen waren toen al opgepakt; hij heeft hen nooit meer terug gezien. Na de opstand bleef hij enige tijd bij de groep van Petsjerski maar sloot zich later aan bij de partizanen. Na de oorlog trouwde hij een overlevende van Auschwitz. In 1956 emigreerde hij met zijn vrouw naar Frankrijk en in 1968 naar Canada. Na de oorlog is zijn relaas in boekvorm uitgegeven.

lees meer over zijn deportatie

Kalmen Wewerik

WIJNBERG, Selma (15 mei 1922 Groningen, Nederland)
Met een transport uit Westerbork van 2.020 joden kwam Selma (Saartje) Wijnberg op 9 april 1943 aan in Sobibor. Ze werkte hoofdzakelijk in de sorteerbarakken maar soms ook in het Waldkommando. Selma Wijnberg is de enige Nederlandse vrouw die de opstand in Sobibor heeft overleefd. Samen met haar vriend Chaim Engel werd zij op 23 juni 1944 in de buurt van Chelm door het Rode Leger bevrijd. Zij bereikten via Odessa en Marseille het bevrijde Nederland. Na enige tijd in Zwolle gewoond te hebben vertrok zij met haar man via Israel naar de Verenigde Staten.

lees meer over Selma Wijnberg

Selma Wijnberg

Selma Wijnberg (privécollectie Jules Schelvis)

ZIELINSKY, Regina (geboren Feldman) (2 september 1924 Siedliszcze, Polen)
Met paard-en-wagen kwam Regina Zielinsky op 20 december 1942 vanuit werkkamp Staw aan in Sobibor. Ze moest sokken breien en werkte in de wasserij en naaikamer en moest munitie sorteren. Door de SS'er Wagner werd ze eens zo hard met de zweep geslagen dat na de oorlog een nier verwijderd moest worden. Na de opstand vond ze onder valse voorwendselen in Frankfurt een betrekking als kindermeisje. Op 3 augustus 1949 emigreerde ze naar Australië.

Ga naar het interview met Regina Zielinski

Regina Zielinsky

Regina Zielinsky (privécollectie Jules Schelvis)

ZISS, Meier (15 november 1927 Lublin, Polen)
In mei of juni 1942 kwam Meier Ziss aan in Sobibor. Een half jaar werkte hij in de sorteerbarak, vervolgens als barbier en later moest hij achtergelaten documenten van de slachtoffers verbranden. Tussen 1956 en 1961 woonde hij in Venezuela, vanwaar hij naar Israel emigreerde.

Ga naar het interview met Meier Ziss

Meier Ziss

Meier Ziss (privécollectie Jules Schelvis)

gfh11710

Abraham Kohn, Ursula Stern en Chaim Trager (v.l.n.r) gefotografeerd in 1944 op het kampterrein. (Ghetto Fighters' House)

gfh11729

Moshe Bachir temidden van twee onbekenden. (Ghetto Fighters' House)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

gfh11753

Eda en Jitschak Lichtman in Lodz, 24 maart 1946. (Ghetto Fighters' House)

coll.schelvis

Jitschak Lichtman (links) en Dov Freiberg in 1946 in Lodz. (privécollectie Jules Schelvis)

gfh11759

Abraham Margulies (links) op 6 juni 1948. (Ghetto Fighters' House)

 

gfh11708

Groepsfoto van overlevenden van de opstand, mogelijk genomen in augustus 1944. Staand: Meier Ziss (uiterst links) en Leon Feldhendler (uiterst rechts). Zittend: Zelda Metz (derde van links), Esther Raab (tweede van rechts), Jehuda Lerner (uiterst rechts). (United States Holocaust Memorial Museum)

gfh46557

Groepsfoto van overlevenden van de opstand, Tel Aviv 14 oktober 1968. Staand v.l.n.r: Berek Freiberg, Hella Weiss, Jitschak Lichtman, Eda Lichtman. Zittend v.l.n.r.: Moshe Bachir, Symcha Bialowitz, Ajzik Rotenberg, Abraham Wang, Abraham Margulies. Knielend: Jakob Biskubicz en Moshe Goldfarb. (Ghetto Fighters' House)

 

 

 

 

 

Lees meer over de achttien Nederlandse overlevenden