Dutch-NetherlandsEnglish (United Kingdom)
Sobiborinterviews.nl
 

Koentje Gezang (baby Remi)

There are no translations available.

Baby RemiOp een vrijdagavond in oktober hoorde Jo van de Bunt gestommel bij de voordeur van haar villa aan de Duinwijckweg in Bloemendaal. Vanuit de keuken liep ze door de gang en deed open. Op de stoep lag een bundeltje kleren. Toen ze het opraapte zag ze dat er een baby’tje in gewikkeld was. Het bleek een jongetje met grijsblauwe ogen, donkerblond haar en een rond gezichtje. Met zijn roze jasje en mutsje was hij ingeritst in een roze babypakje. Jo zag ineens dat er een flesje met melk naast hem op de stoep stond.

"de voorkamer hangt stampvol luiers"
Het was 16 oktober 1942 toen Jo van de Bunt "een lief zoet jongetje van circa 8 maanden" bij haar voordeur vond. Ze legde het jonge vondelingetje in het bed van haar driejarig dochtertje. Meteen stopte hij "zijn duim in zijn mondje en ging zoet slapen". Toen ze het baby’tje om elf uur ’s avonds zijn flesje gaf "heeft hij me helemaal ondergespuugd", schreef Jo vijf dagen later aan haar stiefmoeder. Het nieuwe huisgenootje bezorgde haar al snel extra wasbeurten: "de voorkamer hangt stampvol luiers". Gelukkig kwamen buurtgenoten te hulp. Een overbuurvrouw sleepte een ledikantje aan, een vriendin bracht een matrasje en een andere buurvrouw kwam met babykleertjes aanzetten.

Echtgenoot Henk had meteen diezelfde vrijdagavond het politiebureau gebeld. De dienstdoende agent vermeldde in zijn proces-verbaal: "H. van de Bunt, accountant, wonende alhier, Duinwijckweg 1, deelde per telefoon mede dat hedenavond ± 20.45 uur voor zijn woning een kind te vondeling is gelegd. Het is een kind van het mannelijke geslacht en ongeveer 6 maanden oud. Hij heeft het kind voorlopig in zijn huis opgenomen. De recherche stelt een onderzoek in".

Omdat hun oudste zoon het boek "Alleen op de wereld" van Hector Malot aan het lezen was, besloot het echtpaar Van de Bunt de onbekende baby Remi te noemen, naar de hoofdpersoon van het boek. Als achternaam kozen ze Van Duinwijck, als verwijzing naar de straat waarin hij was achtergelaten. Op 26 oktober 1942 liet Henk van de Bunt het vondelingetje officieel als Remi van Duinwijck inschrijven in het bevolkingsregister. De gemeenteambtenaar voegde in detail toe met welke kleertjes de baby was aangetroffen: "rose reiszak met kaper, rose gebreid jasje met mutsje, wollen luier, twee katoenen luiers, wollen camisole".

"een weerloos kindje van 8 maanden"
Inmiddels had het nieuws over het vondelingetje zich over het land verspreid. Op 20 oktober plaatste de Haarlemse Courant een bericht dat een dag later door verscheidene andere kranten werd overgenomen. Ook de Duitse Sicherheitsdienst had er lucht van gekregen en het echtpaar Van de Bunt moest zich met Remi melden "ter confrontatie met mogelijke ouders". Vrijdagochtend 30 oktober reisden ze af naar het hoofdkwartier aan de Euterpestraat in Amsterdam. In een brief van 6 november 1942 schreef Jo aan haar stiefmoeder: "Remi was erg lief en zoet in den trein en ook daar op het bureau". Hoewel Jo bleef herhalen dat Remi niet besneden was, wisten de dienstdoende officieren het zeker: "Dat is een Joodsch kind, dat mag u niet houden". En zo "werd ‘t arme kind van me afgenomen om naar het Joodsche concentratiekamp te worden gevoerd. Een weerloos kindje van 8 maanden".

Pogingen om Remi via de Joodse Raad, de kinderrechter en de Bloemendaalse politie te redden, liepen op niets uit. De SD’ers brachten het kind van de Euterpestraat naar de Joodse Schouwburg, "Remi ging zoo zoet mee, gaf geen kik". Nog even zagen de Van de Bunts hem in de Joodse Schouwburg, hij zat toen bij een joods meisje op de arm: "toen was hij ook zoet. Maar we werden meteen weggestuurd door een soldaat".

"het lievelingetje van iedereen"
Diezelfde dag nog werd Remi naar de tegenoverliggende kindercreche overgebracht. Met zijn donkere krullenbol en glanzende ogen werd Remi "al gauw het lievelingetje van iedereen", herinnerde crecheverzorgster Sieny Cohen zich na de oorlog. Eén van de Duitse bewakers gaf hem zelfs speelgoed, waaronder een beer. Ook Ferdinand aus der Fünten, chef van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung, kwam vaak naar het jongetje kijken. En dat "heeft hem zijn leven gekost", moest verzetsvrouw Semmy Glasoog na de oorlog vaststellen, "want als Aus der Fünten niet elke dag bij hem was gekomen, hadden wij hem kunnen laten ontsnappen".

Remi bleef opvallend lang in de creche: bijna een half jaar. Een NSB-arts onderzocht hem op oudejaarsdag en rapporteerde op 8 januari 1943 aan de Sicherheitsdienst dat Remi "niet besneden is, doch duidelijk Joodse kenmerken bezit. Zodat het kind gerekend kan worden tot het joodse ras te behoren". Om tot zijn conclusie te komen had de NSB-arts niet meer nodig dan het bekijken van Remi’s oren en het bevoelen van zijn zij.

Het duurde nog tot 14 april 1943 voordat Remi werd overgebracht naar kamp Westerbork. Na een maand, op dinsdag 18 mei werd hij ingedeeld in het twaalfde transport naar Sobibor, samen met 2510 anderen, waaronder 620 kinderen. Direct na aankomst, drie dagen later, werd het Bloemendaalse vondelingetje onder zijn gegeven naam Remi van Duinwijck vergast.

Remi blijkt Koentje
Pas vijftig jaar later zou de ware naam van Remi bekend worden. Hij was een nakomertje in het gezin van Maurits Gezang (17 juni 1904) en Florence Goudeket (17 september 1908) en hun elfjarig zoontje Edward Bram. Zij woonden aan de Noordwijkselaan 9 in Kijkduin toen op 29 januari 1942 Koenraad Huib geboren werd. Half augustus dat jaar probeerden Maurits en Flory met Eddy en Koentje uit Nederland te vluchten. Via Maastricht, Brussel en Parijs wisten ze Geneve te bereiken. Bij de Zwitserse grens werden ze echter tegengehouden en tien dagen na hun vertrek waren ze weer terug in Nederland. Het gezin besloot van elkaar gescheiden onder te duiken. Flory’s zus Peggy nam Koentje op 30 augustus 1942 bij zich in huis aan de Molenlaan in Heemstede. Al gauw werd het te gevaarlijk en begin oktober vond zij de leraar Nederlands Leo van Dis uit Overveen bereid zich voorlopig te ontfermen over Koentje. Via de kerk kende hij wel een gezin dat Koentje langer onderdak zou willen verschaffen. Vanuit zijn huis aan de Ramplaan werd Koentje in de avond van 16 oktober 1942 naar de Duinwijckweg gebracht waar Jo van de Bunt hem op de stoep vond.

Koentjes moeder Flory werd samen met haar ouders en zus Helena op hun onderduikadres opgepakt. Zij kwamen op 3 april 1943 aan in kamp Westerbork waar Flory als strafgeval in barak 66 geplaatst werd. Drie dagen later ging zij op transport naar Sobibor waar ze op 9 april om het leven werd gebracht. Vader Maurits en broer Eddy overleefden de oorlog en het is uiteindelijk aan de speurzin van Eddy te danken dat de vondeling Remi van Duinwijck gedenktekens kreeg in Kijkduin en Bloemendaal, onder zijn echte naam Koenraad Huib Gezang.


bronnen:
Kolfschooten F. van, Remi: de oorlogsgeschiedenis van twee broers (Amsterdam 2020)

Bunt, L. van de, "Alleen in een boze wereld, de joodse vondeling 'Remi van Duinwijck'" in: Ons Bloemendaal (juni 2016) blz. 5-8

RKK Kruispunt, "Het korte leven van Koen Gezang" (12 februari 2012)

"Het verhaal van een jongetje dat niet ouder mocht worden dan 15 maanden en 23 dagen" (Stichting Oorlogshistorie Bloemendaal 1940-1945)

"Koenraad Huib Gezang (alias Remi van Duinwijck)" (Westerborkportretten)


Terug naar "Slachtoffers"

Attention: open in a new window. PrintE-mail