Han Hollander

There are no translations available.

Han Hollander

Hartog Hollander was een van de tien kinderen van Simon Hollander en Frouwke Hoogstraal. Hij werd op 5 oktober 1886 geboren en groeide op aan de Walstraat 123 in Deventer. Zijn vader was een welbespraakt marktkoopman en zijn oom Jacob met de vlotte babbel hield als kwakzalver een kraam.

The Duke bij Go Ahead
Hoewel het gezin het niet breed had, stuurde vader Simon zijn twee oudste zoons Karel en Hartog naar de HBS. Samen met een jeugdvriend richtten de twee broers in december 1902 een voetbalclub op waarvoor Hartog de naam Go Ahead bedacht. Zelf kreeg Hartog, die midvoor speelde, al gauw de bijnaam "The Duke": Engels voor hertog wat een speelse verwijzing naar zijn voornaam was.

Vlak voor zijn achttiende verjaardag ging hij als aspirant-klerk in de leer bij de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij. Vanaf 1907 vervulde hij zijn dienstplicht bij een telegraafcompagnie van de genie. Op de kazerne in Utrecht vermaakte Hartog zijn kameraden door zittend op een brits levendig verslag te doen van voetbalwedstrijden die hij had gezien of zelf had gespeeld. Eén van zijn toehoorders was Willem Vogt, die later als directeur van de AVRO-radio de faam van Hartog Hollander zou maken en breken.

Na zijn diensttijd keerde Hartog terug bij zijn oude werkgever en trouwde op 24 juli 1912 met de Amsterdamse Leentje Smeer (6 oktober 1886). Het echtpaar woonde eerst in de Linnaeusstraat en later aan de Amstelkade 118. In 1915 werd hun enige dochter Froukje Esther geboren.

In zijn vrije tijd schreef Hartog, soms onder zijn voetbalbijnaam "Duke", artikelen voor Het Sportblad: zijn ware enthousiasme gold de sport en niet het boekhouden. In 1921 verliet hij de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij om zich volledig aan de sportjournalistiek te wijden. Hij werd plaatsvervangend chef van de sportredactie van dagblad De Telegraaf, wat hij tot in de bezetting zou blijven. Landelijke bekendheid verwierf Hartog Hollander echter terwijl hij vanachter een microfoon verslag deed van voetbalwedstrijden.


"Daar gaat mijn horloge"
Twintig jaar na hun eerste kennismaking kreeg Hartog van zijn oude dienstmaat Willem Vogt het verzoek om als radioverslaggever voor de pas opgerichte AVRO te komen werken. Volgens echtgenote Leentje reageerde Hartog nogal laconiek op deze onverwachte vraag: "Mijn man zei: ja, dat wil ik wel eens proberen". Een antwoord waardoor Hartog Hollander prompt tot radiopionier zou uitgroeien.

Hoewel het publiek er niets van zou merken, legde zijn toezegging ook een grote druk op zijn gezinsleven. In de maanden voorafgaand aan die historische radio-uitzending sloeg bij Hartog de vertwijfeling regelmatig toe: "De grootste moeilijkheden heb ik toen gehad, ik was geen mens meer voor m’n gezin. Ik grauwde en ik snauwde maar en ik sprong door alles uit mijn vel. Het is de ellendigste tijd van m’n leven geweest".

Zondagmiddag 11 maart 1928 was voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis een voetbalwedstrijd rechtstreeks te beluisteren via de radio. De interland Nederland-België werd gespeeld in het Nederlandsch Sportpark, tegenover het nog aanbouw zijnde Olympisch Stadion. Vanuit een houten hokje op het dak deed Hartog zijn verslag. Om daar te komen moest hij eerst door het huis van opzichter Veen, tot grote ergernis van de vrouw des huizes. Het was namelijk een gure dag en de kou verspreidde zich door de hele kamer.

Ook commentator Hartog Hollander had zo zijn ongemakken. Collega-sportverslaggever Max Adriani Engels herinnerde zich: "Die duiventil was zo nauw dat ze zich nauwelijks konden verroeren en dat Hollander, toen hij zich eenmaal voorover boog om het spel goed te volgen door de opening van dertig centimeter (zonder glas) aan de voorkant, zijn horloge van de richel tuimelde. 'Hemel, daar gaat mijn horloge', riep hij geschrokken uit en de radioluisteraars hoorden het uurwerk met een tik naar beneden vallen. De volgende dag kreeg hij twee briefjes van horlogemakers, die het gratis voor hem wilden repareren."

Ondanks deze tegenslagen bleek dat de luisteraars aan hun toestel gekluisterd waren door het commentaar van Hartog Hollander. Tekstschrijver Pieter Goemans componeerde een lied over het succes van ’s lands eerste voetbalcommentator. Hartog zelf zong het in op een 78-toeren plaat:
"Ze kruipen met z’n allen bijna in de radio
Zo'n zondagmiddag, voor een interland
't Is plotseling gedaan met crisis, politiek en zo
De voetbaltoon beheerst nu ’t verstand"

Hartog wordt Han
Niet alleen de aanstekelijke wijze waarop hij de wedstrijden naar de huiskamers bracht maakte zijn commentaren zo uniek. Hartog Hollander was ook de eerste radioverslaggever die bijzonderheden van sporters bijhield. Indertijd bestonden nog geen rugnummers zodat het nogal moeilijk was om de spelers te herkennen. Daarom legde Hollander een archief aan van belangrijke spelers waarin hij hun lengte en andere belangrijke lichamelijke kenmerken vastlegde.

In deze beginjaren vol succes veranderde Hartog zijn naam in het minder Joods klinkende Han. Met zijn boeiende stem maakte hij van zijn sportverslagen een waar hoorspel. Vermaard raakte het "krankzinnig kwartiertje" waarin hij het liet lijken alsof Nederlandse voetballers alles lukte en de tegenstander overklasten.

Voormalig Ajax-voetballer Kick Geudeker zat tijdens een wedstrijd eens naast Han Hollander en ontdekte dat diens radioverslag niet geheel waarheidsgetrouw was: "Ik moet eerlijk zeggen dat mijn oren klapperden. Hij vertelde helemaal niet wat er aan de hand was, hij werkte naar hoogtepunten toe die er helemaal niet waren!". Bas Paauwe, speler van Feyenoord en het Nederlands elftal, herinnerde zich in 1970: "Die Han Hollander kon voor de oorlog in z'n verslag van elke wedstrijd iets geweldigs maken. Tsjongejonge, wat een wedstrijd, zeiden dan de mensen als je weer thuiskwam. Het was dan helemaal niet zo’n geweldige wedstrijd geweest, maar zij hadden allemaal Han Hollander gehoord, die sleepte de mensen geweldig mee".

Sportpraatjes, grammofoonopnames en plaatjesalbums
Naast radiocommentaar verzorgde Han Hollander ook voorbeschouwingen van interlandwedstrijden voor Radiobode, het programmablad van de AVRO. Vanaf 1930 droeg hij wekelijks zijn "Sportpraatje" voor bij de AVRO, waarin hij vele andere sporten de revue liet passeren. Op het hoogtepunt van zijn roem nam Han Hollander ook nog een aantal grammofoonplaten op. Waaronder het zwemlied, een ode aan zwemheldinnen als Rie Mastenbroek en Will den Ouden:

"Het hele volk heeft diep respect voor hare sterke armen
De zwemkampioene zelf is door die opspraak niet gegriefd
We roemen, naast haar krachten, evenzeer haar charme
Wanneer ze, als een zeemeermin, de koele golven klieft

Ons landje is een waterland, het lokt de mens tot zwemmen
We voelen ons in badkostuum haast allemaal gelijk
In ‘t heerlijk frisse water kan geen crisis ons beklemmen
We zetten voor een poosje alle zorgen aan de dijk"

Vanaf medio jaren dertig werkte Han Hollander mee aan diverse populaire boeken. Nadat het KLM-vliegtuig "De Uiver" in 1934 de prestigieuze Londen-Melbourne race had gewonnen, maakte hij samen met vliegenier A. Viruly een herdenkingsalbum onder de naam "Het Uiver Album". In 1937 en 1938 verbond Han Hollander zijn naam aan twee plaatjesalbums van Smith koffiebranderij en theehandel uit Groningen. Voor de albums "Voetbalglorie" en "Hun grootste sportdag" schreef hij de teksten. Het eerste behandelt alle officiële interlands van het Nederlands elftal tussen 1905 en 1937. Het tweede bevat interviews die hij in de zomer van 1938 hield met twaalf sporters die in hun discipline kampioen waren. In deze periode schreef hij ook voetbalverhalen voor de jeugd in het boekje "Het bruine monster", dat werd uitgebracht door Kaiser Koek en Beschuitfabrieken. Daarnaast trad hij op in een reclamefilmpje voor het sigarettenmerk Chief Whip.


Hitlers oorkonde
In 1936 reisde Hollander af naar Berlijn om verslag te doen van de Olympische Spelen. Hij interviewde onder meer de Nederlandse hardloper Tinus Osendarp die als 'snelste blanke ter wereld' twee bronzen medailles in de wacht sleepte. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zou Osendarp lid worden van de NSB en Germaanse SS. Han Hollander kreeg vanwege zijn bijdrage aan het Olympisch spektakel een door Hitler persoonlijk ondertekende oorkonde thuisgestuurd. Hij was er zo trots op dat hij de oorkonde inlijstte.

Ter gelegenheid van zijn vijftigste radioverslag van een interland, op 21 mei 1938, werd Han Hollander in het Amsterdamse Amstelhotel feestelijk gehuldigd. AVRO-voorzitter G. de Clerq memoreerde als opmerkelijke anekdote dat tijdens reportages van Hollander de criminaliteit in Nederland afnam. Een politieagent uit Deventer had hem verteld: "wanneer meneer Hollander spreekt voor de microfoon, en wij hebben straatdienst, dan kunnen we net zo goed op het bureau blijven, want dan is er nooit iets te doen op straat. Men heeft geen tijd om in te breken, men heeft geen tijd voor moorden, men heeft geen tijd voor ruzie, iedereen houdt zich even koest!".

Westerbork: "tot over de enkels in de modder"
Het laatste sportpraatje van Han Hollander ging op 16 mei 1940 de ether in, een dag na de capitulatie van Nederland. Meteen al in die eerste bezettingsmaand ontsloeg de AVRO-directie Han Hollander met acht andere joodse medewerkers. Zelf zag hij geen gevaar in de steeds strenger wordende anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter. Hij vertrouwde op zijn door Hitler ondertekende oorkonde en ging ervan uit dat zijn landelijke bekendheid hem zou vrijwaren van deportatie. Op aandringen van zijn vrienden dook hij uiteindelijk toch onder, mogelijk in Vaassen (Gelderland) aan de Gortelseweg 41.

Aan zijn moeder schreef hij op 7 september 1942 dat hij zich inmiddels bewust was van de gevaren: "We weten wel dat we zelf ook iederen dag opgeroepen of gehaald kunnen worden, maar daar hebben Leen en ik ons al bij voorbaat mee verzoend. Laat komen wat komt, je kunt er immers toch niets tegen doen en tienduizenden zijn ons al voorgegaan". Het onheil kwam spoedig: enkele dagen later vernam hij dat zijn dochter Froukje opgepakt was. Of Han en zijn vrouw Leentje zichzelf aangaven of dat zij ook opgepakt werden, is niet bekend. Wel weten we dat het echtpaar op 16 september 1942 aankwam in Westerbork, waar Han aanvankelijk een baantje in het kampmagazijn kreeg en Leentje bij het kampziekenhuis werd ingedeeld.

handtekening

Het jaar 1943 begon voor Han weinig voorspoedig. Vanaf nieuwjaarsdag lag hij met een zware verkoudheid en griep een paar dagen op bed. Begin januari schreef hij vanuit Westerbork aan zijn zus Roos dat hij en Leentje best een paar warme sokken en kousen konden gebruiken, "maar meer nog: een paar gummi-dameslaarzen of hooge overschoenen voor Leen (zelf heb ik gelukkig nog een paar waterlaarzen). Je gaat hier n.l. tot over de enkels in de modder". Ook vroeg hij om een nieuw kostuum want het zijne was "met iedere dag dragen nu zoo ongeveer versleten". Weemoedig sloot hij de brief af met de woorden: "Vergeet ons niet, zomin als jullie vergeten worden".

Heidelager: "vrij als een vogel in de lucht"
Een maand later leek er hoop te gloren voor Han en Leentje. Op 12 februari kreeg Han persoonlijk van kampcommandant Gemmeker te horen dat hij was aangewezen als administrateur van het Heidelager, waar het bewakingspersoneel was gelegerd. De eerste week liep Han 's morgens nog naar het Heidelager om 's avonds weer naar Westerbork terug te keren, een wandelingetje van zo'n twintig minuten. Maandag 22 februari verhuisden Han en Leentje van Westerbork naar het Heidelager. Leentje moest toezien op de werkzaamheden van schoonmaaksters en spoelsters. Ook moest ze soms bedienen in de kantine. Twee dagen later verzuchtte Han opgelucht dat zij "er dus geweldig op vooruit gegaan waren". In een brief van 24 februari schreef hij dat ze een "heel aardige" woonruimte hadden gekregen, een hoekkamer van drie bij drieënhalve meter, "keurig in de verf, met één ingebouwde en één staande kast, ramen aan 2 zijden, met licht en lucht, stroomend water, tweepersoons opklapbed, tafel, 4 stoelen en een lekker kacheltje". En met vier keer per week vlees hadden zij "royaal voldoende en prima eten". Han en Leentje hadden ook nog een schriftelijke vergunning van de kampcommandant op zak waarmee ze vrij door kamp Westerbork mochten rondwandelen.

Journalist Philip Mechanicus die in Westerbork nauwgezet een dagboek bijhield, schreef over deze privileges: "Hij was daar zo vrij als een vogel in de lucht en genoot vele faciliteiten". Over Han's gedrag was Mechanicus minder te spreken: "Hollander liep jammer genoeg wel wat met de borst vooruit. Trots op zijn uitverkorenheid".

Wat Han en Leentje in die dagen niet konden weten was dat hun dochter Froukje op 28 februari 1943, dus vlak na hun verhuizing naar het Heidelager, in Auschwitz om het leven was gebracht.

Sobibor: "we zullen jullie rotmoffen wel krijgen"
Het bevoorrechte bestaan van Han en Leentje duurde nog geen vijf maanden. Begin juli 1943 maakte Leentje een ondoordachte opmerking tegen een mede-kampbewoonster. Het incident kwam kampcommandant Gemmeker ter ore, die Han en Leentje direct als strafgevallen in de kampgevangenis liet zetten. Bij de eerstvolgende gelegenheid, op 6 juli, gingen zij op transport naar Sobibor. Na drie dagen in de trein werden Han en Leentje Hollander met 2415 anderen direct bij aankomst om het leven gebracht.

Han HollanderDiezelfde noodlottige vrijdag 9 juli 1943 schreef Philip Mechanicus in zijn dagboek over het noodlottige voorval: "Een opzienbarend geval is het onverwachte transport, als s-geval van Han Hollander, de vermaarde radio-omroeper van de voetbalwedstrijden. Oorzaak: een onvoorzichtige uiting van zijn vrouw. Zo storten vrouwen mannen in het ongeluk. Hollander had het meest benijde baantje van het hele kamp [...]. Zijn vrouw had als snedige repliek de vrouw van een Duitse Jood toegebeten: 'Er komt nog wel een andere tijd. Wij zullen jullie Rotmoffen dan wel krijgen'. Zo denken hier vele andere Hollanders, maar ze zeggen het niet, althans niet waar Duitse Joden bij zijn [...]: aldus eindigt, als het te pas komt, de meest brillante carrière van een Jood hier".




bronnen:
Hollander, Hartog (1886-1943) (Biografisch Woordenboek van Nederland)

Vermoord in Sobibor: Han Hollander (Historiek)

Han Hollander: sportverslaggever (Historien)

Brieven Han Hollander (Herinneringscentrum Westerbork)

Han Hollander (1886-1943) (Wie is wie in Overijssel)

Han Hollander, sportverslaggever (Etty Hillesum Centrum)

Gevierd sportverslaggever roemloos via Westerbork naar Sobibor (RTVDrenthe)

Topverslaggever Han Hollander was verwend en onvriendelijk (Trouw 18 januari 1999)

De 75e sterfdag van Han Hollander (Sportgeschiedenis)

Han Hollander (Seniorplaza)

Smith Koffiebranderij en theehandel (Archief van Nederlandse Plaatjesalbums)


Terug naar "Slachtoffers"

Print